Mirjam Bikker: ‘Christenen schrijven mij dat ik niet aan het avondmaal mag’

Op weg naar het gymnastieklokaal lepelde een kleine Mirjam Bikker moeiteloos de namen van de bewindspersonen van het kabinet-Lubbers III op, niet wetende dat ze jaren later als ChristenUnie-leider zou helpen een kabinet te laten vallen. ‘Het is verdrietig dat ook onder christenen een ‘deugt wel, deugt niet’-sfeer heerst.’

09 november 2023 – verschenen editie 2023nr09
‘Christenen-schrijven-mij-dat-ik-niet-aan-het-avondmaal-mag beeld Elisabeth Ismail

Exodus 2:3-5: ‘Toen ze geen kans zag haar zoon nog langer verborgen te houden, nam ze een mand van papyrus, bestreek die met pek en teer, legde het kind erin en zette de mand tussen het riet langs de oever van de Nijl.’

“In het katholieke ziekenhuis in Gouda, waar ik geboren ben, hing in elke ziekenzaal een kruis. Mijn jeugd bracht ik door in Bodegraven en ik ging naar een protestants-christelijke school in Moordrecht, waar ik in groep 3 les had van mijn moeder. Ook mijn vader werkte in het onderwijs. Allebei ervoeren ze een roeping om kinderen tot bloei te mogen brengen.

Omdat onze school vlak bij een Molukse wijk stond, hadden we veel Molukse kinderen op school. Het was heel vormend om kennis te maken met mensen uit een andere cultuur, die ook de Here Jezus kennen. Zo leerde onze Molukse meester ons ‘Welk een vriend is ons’ Heer Jezus’ in het Maleis. Het laatste lied dat hij ons leerde, was uit het Liedboek voor de Kerken.” Ze staat op, loopt naar een kast waaruit ze een Liedboek pakt en bladert naar gezang 290: ‘Er is een land van louter licht’. “Kijk,” wijst ze naar vers 6: “’God, laat ons staan als Mozes hier / hoog in uw zonneschijn, / en geen Jordaan, geen doodsrivier / zal scheiding voor ons zijn.’ Kort daarna kreeg hij een hersenbloeding waaraan hij overleed.

In groep 7 verhuisden we naar Nunspeet en maakte ik kennis met de Veluwse cultuur, die heel erg verschilde van wat ik gewend was. Ik viel op met mijn Rotterdamse accent; de mode was er anders en ik maakte niet snel vriendinnen. Het was een eenzame tijd, waarin ik wat ronddoolde. Hoorde ik er nou bij of niet? Ik merkte dat ik anders was. Ook kerkelijk zag ik verschillen. Wij waren altijd gewoon hervormd, maar in Nunspeet waren er verschillende kerken, die allemaal tot een andere protestantse stroming behoorden. Mijn vader was organist in de kerk en als hij door de week in de kerk oefende voor zondag, ging ik met hem mee. Op zondagmiddag zat ik bij hem op de orgelgalerij en dan kon ik naar beneden kijken. Ik ben er dankbaar voor dat ik van huis uit de liefde voor de lof van God heb meegekregen.

Mijn familie is altijd politiek geïnteresseerd geweest. Mijn overgrootvader zat in de Provinciale Staten voor de ARP, mijn opa was SGP-gemeenteraadslid en mijn vader secretaris voor de RPF en later ChristenUnie. Misschien komt het daardoor wel dat ik zelf ook vroeg belangstelling voor de actualiteit kreeg. In groep 5 keek ik al naar het journaal en in groep 8 luisterde ik Radio 1. Vanaf het kabinet-Lubbers III somde ik – samen met een klasgenootje op weg naar gym – alle bewindspersonen uit het hoofd op. Maar geen zorgen hoor, we speelden vooral veel en raapten in de herfst gewoon kastanjes.”

Exodus 2:11-15: Hij keek om zich heen en toen hij zag dat er niemand in de buurt was sloeg hij de Egyptenaar dood.

“Als gemeenteraadslid in Utrecht was ik op werkbezoek mee met de politie in de tippelzone. Ik zag een meisje: bleek, roodgeverfd haar en geschrokken door de komst van de politie. Ze kwam uit Wit-Rusland en was net 18 jaar, vier jaar jonger dan ik. Hier was duidelijk sprake van dwang. Dat meisje was niet uit eigen beweging vanuit Wit-Rusland gereisd om naar de Utrechtse tippelzone te gaan.

Ik kookte van boosheid. Dat dít kan in een stad die de mond vol heeft van vrijheid en zelfontplooiing. Ik was woest op de kerels die daar stoppen met hun stationcars met kinderzitjes achterin. Zij hielden deze mensenhandel in stand. Je gaat niet vrijuit als je zoiets doet.

Het meisje moest mee met de politie. Ik vroeg hun nog: ‘Zorgen jullie wel goed voor haar?’ Ze antwoordden natuurlijk héél correct dat ze dat uiteraard zouden doen.” Bikker trekt een veelbetekenend gezicht. Indringend: “Ik vraag me nog steeds af hoe het met haar is. Deze woede tegen dergelijk onrecht is voor mij een drijfveer om politiek actief te zijn.”

Een rode draad in Bikkers leven is dat ze telkens gevraagd werd voor posities waar ze geen ambitie voor had. Ze werd, naar eigen zeggen zonder het te willen, in Utrecht lijsttrekker en voorzitter van de lokale ChristenUnie-fractie. Later kwam ze in de Eerste Kamer en daarna in de Tweede Kamer, recent als lijsttrekker. Hoe komt dat? “Misschien omdat ze bij mij zagen dat ik niet gehecht wil zijn aan zulke posities. Ik wil het goede kiezen voor het land en niet bezig zijn met mezelf. Als je gevraagd wordt en mensen denken dat je het kunt: dan moet je er vol voor gaan, zonder terughoudendheid. Toen ik in de Eerste Kamer zat, sjorde de partij al een tijdje aan mij om me naar de Tweede Kamer te krijgen als onderdeel van een nieuwe generatie. In de zomer van 2020, op een regenachtige avond, hebben mijn man Wouter en ik bij Gert-Jan Segers en zijn vrouw Rianne thuis koffiegedronken. Politiek gezien was ik wel klaar voor de stap naar de Tweede Kamer, maar met hen bespraken we de impact die het op het gezin kan hebben. Als gemeenteraadslid in Utrecht hadden we kleine kinderen en toen ving Wouter ’s avonds ook al veel op. Dus we zijn wel wat gewend.

Tijdens de zomervakantie van 2020 gaf een boek van Tim Keller over de roeping van christenen in een seculiere stad, mij de bevestiging om ervoor te gaan. Ik besefte: we zijn geroepen om iets van God te laten zien in de wereld. Ik vroeg aan God: ‘Laat U maar zien wat ik moet doen.’ En tegen de partij zei ik: ‘Ik ben beschikbaar, maar als je een andere kandidaat hebt: even goede vrienden.’ Sterker nog: we zouden alleen maar blij geweest zijn als ze voor een ander gekozen hadden. Maar de partij besliste anders.”

Ziet ze deze baan als een offer? Ze denkt even na. Dan: “Ik heb dit niet gezocht …” Bikker zoekt naar woorden. “Laat ik het zo zeggen: mijn tentpinnen zitten niet diep. Mijn identiteit zit niet in deze functie of het aanzien dat het misschien geeft. Mijn identiteit ligt in het feit dat ik een geliefd kind van God ben. Mijn gebed is dan ook: ‘Heer, wilt U voorzien, ook als het gaat om het gezin?’ Want er zijn avonden dat ik liever thuis dan in Den Haag was geweest. Ik baal er soms van dat ik niet bij de kleine praatjes ben als de kinderen uit school komen. Of dat een debat op de verjaardag van mijn zoon is. Aan de andere kant: bij de musical van groep 8 was ik er vanzelfsprekend gewoon, er zijn ook heel veel dagelijkse momenten dat ik er wel ben. Maar ja, soms is het even doorgaan: pas betekende het dat ik om tien uur ’s avonds nog traktaties zat te maken omdat mijn zoon ging trakteren op school. Gelukkig is dat vrolijk werk.”

‘Het verdriet in mijn eigen leven heeft de onbevangenheid van de dingen afgehaald’

Ex 15:22: En zij trokken uit tot in de woestijn Sur, en zij gingen drie dagen in de woestijn, en vonden geen water.

“Mijn studie Rechten vond ik een poosje heel saai; het was toen echt een woestijnperiode van zesjes halen en doorploeteren. Ik had geen feeling met de stof en verwonderde me niet over wat ik leerde. Het was droog en dor. Ik ging er andere vakken, een beetje theologie naast doen; daarna ging het beter. Ook hielp het dat ik als bijbaan fractiemedewerker op het stadhuis werd. Daar leerde ik voor welke mensen ik die wetten bestudeerde. Als ik nu bezig ben met wetgeving, weet ik: dit gaat over mensen die hierdoor geholpen worden en ben ik met vreugde jurist.”

Heeft Bikker meer woestijnperiodes meegemaakt, tijden van verdriet? Ze aarzelt. “Ja, ik heb ook momenten van nabij verlies gekend.” Ze wil er weinig over kwijt, maar haar ogen verraden verdriet. “Juist toen merkte ik dat de kortste bijbeltekst mij het meest troostte: ‘Jezus weende.’ Hoe vreselijk het verdriet ook is, toch is God erbij. Het verdriet in mijn eigen leven heeft de onbevangenheid van de dingen afgehaald, maar ik ben meer als een kind gaan geloven. Hij is erbij en voelt de pijn. Dat wij een God hebben die de ellende niet van een afstand bekijkt, is voor mij wel een vaste zekerheid geworden.”

Ex 15: 27: Toen kwamen zij te Elim, en daar waren twaalf waterfonteinen, en zeventig palmbomen; en zij legerden zich aldaar aan de wateren.

“Ik ga graag naar de kerk. In de Sint-Janskerk in Gouda word ik elke week weer opgetild. Ik heb een baan waarin woorden centraal staan, maar ik vind het ontroerend dat ik in die eeuwenoude kerk met eeuwenoude taal opgetild word door woorden die ik niet zelf heb bedacht. Dat is de kerk van alle tijden en alle plaatsen, alle continenten, die God de lof brengen. Prachtig. Doordat ik in mijn werk al zo veel woorden hoor, geniet ik op zondag in de kerk extra van de stilte en de muziek.

De zondag is een cadeautje en geeft ademruimte die ik iedereen van harte gun. Alleen al de zegen krijgen vind ik ontroerend als je daar met z’n allen met open handen staat. En dan weet je dat zo veel generaties vóór je in de eeuwenoude kerk ook met die zegen getroost het gebouw uit zijn gelopen. Dan moet ik soms wel wat wegslikken … De zegen ontvangen leert mij dat je je heel druk kunt maken, maar dat ik moet blijven zien wie God is. Hij is zoveel groter, mooier en ontzagwekkender. En thuis hebben we wat lekkers bij de koffie, doen we een spelletje en hebben we lekker eten. In Den Haag weten ze dat ik op zondag niet van de partij ben, ook niet in allerlei appgroepjes.”

Ex 4:10: Neemt u mij niet kwalijk, Heer, maar ik ben geen goed spreker.

“Ik kan wel goed spreken, maar ik neem te weinig de tijd om voor God op de knieën te gaan. Ik ben heel blij met de podcast Eerst Dit, die ik vaak tijdens mijn treinreis naar Den Haag beluister. Het helpt me om stil te worden voor God. Als ik niet drink uit de bron, droog ik op. Luther zei dat je meer moet bidden als je heel druk bent. Bij mij gebeurt juist precies het tegenovergestelde: als ik druk ben, kom ik er te weinig aan toe.”

Wat vindt Bikker ervan als ze hoort dat traditionele ChristenUnie-stemmers overwegen een strategische stem op bijvoorbeeld de rood-groene premierskandidaat Frans Timmermans uit te brengen? “Mooi jammer. Want ik vraag mij af: waar baseer je je diepste overtuigingen op? Geen enkele premier vormt in zijn eentje het kabinet. Natuurlijk is klimaat een belangrijk thema. Maar denk ook aan vergrijzing en aan secularisering. Mag je er in dit land als gelovige ook zijn als je geen meerderheidsopvatting hebt? Strategisch stemmen voelt goed op de korte termijn, maar niet op de lange termijn. Timmermans denkt anders over individu en maakbaarheid van het land dan wij. Het christelijk-sociale denken denkt breder dan links of rechts. De keuze is niet óf de overheid óf de markt. Wat ons betreft draait het om de gemeenschap.

In 2021 startte ik in de Tweede Kamer als coronawoordvoerder. Vanaf dag 3 kreeg ik mailtjes van boze christenen die meenden op basis van onze politieke standpunten ook een oordeel te moeten hebben over mijn relatie met de Here Jezus. Dan denk ik: nou, nou. Je kent me helemaal niet; je hebt me nog nooit gesproken …” Ernstige blik: “Het geeft een krasje op mijn ziel als christenen iets schrijven over mijn eeuwigheidsperspectief of vinden dat ik niet aan het avondmaal mag gaan. Dat doet zeer, omdat ze een oordeel hebben over wat het meest wezenlijke voor mij is. En dat ze er niet op vertrouwen dat ik ook biddend mijn weg ga. Natuurlijk mag je boos zijn en mij aanspreken op mijn fouten – want die heb ik zeker gemaakt. Ik probeer – en dat lukt niet altijd – zulke berichten steeds vaker mild te ontvangen. Er zal vast een reden zijn dat iemand zo reageert; er zit soms onmacht achter over ontwikkelingen die men zelf niet kan keren.

‘Als vrouw krijg ik op social media veel om m’n oren: seksueel getinte en hatelijke opmerkingen over je vrouw-zijn’

Het is verdrietig dat ook onder christenen een ‘deugt wel, deugt niet’-sfeer heerst. Bovendien krijg je vooral als vrouw op social media veel om je oren: seksueel getinte en hatelijke opmerkingen over je vrouw-zijn. Een deel daarvan wordt door internettrollen [mensen die online hatelijke en destructieve berichten schrijven, red.] geschreven, en die nare e-mails uit naam van medechristenen misschien ook wel. Want ís het altijd wel een broeder of zuster die ook avondmaal viert? Of is het een anoniem figuur achter z’n computer op een zolderkamer? Opvallend was dat als ik in debat was geweest met Forum voor Democratie, daarna mijn mailbox altijd vol zat.

Toch raakt het me als anderen zo over me oordelen. Het brengt me terug naar de kern: aan Zijn voeten heb ook ik genade te vinden. In onze Sint-Janskerk is een kerkraam met een afbeelding van Jezus die in het zand schrijft en zegt: ‘Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.’ Dan weet ik: dát is mijn Heiland. Ook als ik fouten heb gemaakt, weet ik: ik mag wel bij Hem komen.”

‘Het is ontroerend dat zo veel generaties voor mij óók getroost zijn door deze muziek en dat ik in diezelfde rij mag staan’

Ex: 3:2 En de Engel des HEEREN verscheen hem in een vuurvlam uit het midden van een braambos.

“In muziek kan God heel dichtbij zijn. Ik begon vroeg met vioolspelen, toen ik vier jaar was. Dat maakte mij ontvankelijk voor mooie muziek. Toen de oorlog in Israël uitbrak, heb ik na al die vreselijke nieuwsberichten de Bach-cantate Aus der Tiefen, Psalm 130, aangezet. Of ik luister het Erbarme dich en zing het Kyrie, Heer, ontferm U. Zo richt mijn ziel zich op God en Hij komt via de muziek tot mij. Zo troost de muziek mij, en mij niet alleen. Het is ontroerend dat zo veel generaties voor mij óók getroost zijn door deze muziek en dat ik in diezelfde rij mag staan. Politiek is ingewikkeld en zwaar, maar de kerkgang maakt mij klein: ‘Heer, hier ben ik, klein mensje, door U gemaakt. Laat het maar afhangen van uw zegen in plaats van mijn geploeter.’

De psalmen waren eeuwenlang de liederen die woorden gaven aan wanhoop én hoop, moedeloosheid én moed. Ze waren duizenden jaren een taal van die eeuwige God, die wij kennen door Jezus. Hij kan zich onverwacht naar ons toe buigen.

Onze dochter oefent op haar zolderkamertje haar teksten voor een uitvoering van de Matthäuspassion. Als ik dat dan beneden hoor, dan kan dat – boem! – bij me binnenkomen. Dat is toch prachtig, dat een volgende generatie nu ook weer een manier vindt om Hem te prijzen en zich aan die God toevertrouwt … Het ontroert me nu ook bijna weer. Ze heeft eerder de Matthäus uitgevoerd en met mijn moeder en mijn oma van 92 jaar was ik erbij. Het was heel mooi. En mijn oma zei na afloop: ‘Het was alsof ik even in de hemel mocht kijken.’

Deut: 34:4 Dit is het land dat Ik Abraham, Izak en Jakob gezworen heb, zeggende: Uw zaad zal Ik het geven. Ik heb het u met uw ogen doen zien, maar gij zult daarheen niet overgaan.

“Ik bid heel vaak: ‘Maranata, kom, Here Jezus.’ Als je die vreselijke beelden uit Israël en Oekraïne ziet … Maar ook in onze eigen dorpen en steden waar zo veel mensen verdriet hebben … Ja, ik verlang naar de terugkomst van de Heer.” Ineens luchtig: “Maar we planten gewoon een appelboom, hoor. Ik ga niet stil afwachten tot het zover is. Ik zie niet uit naar de dood, het is een vijand die niet bij het leven hoort. Elke keer als we een geliefde naar het graf brengen, besef je dat goed. Gisteren las ik nog in 1 Tessalonicenzen 5 dat we op een betere plek terecht zullen komen. Het wordt écht beter; dat is een troost. Het zal zijn zoals in het lied dat de Molukse meester ons leerde: ‘geen Jordaan, geen doodsrivier / zal scheiding voor ons zijn’.

Bij de hemel heb ik een kinderlijk geloof. Het zal licht zijn, het zal prachtig zijn, het zal bij de Here Jezus zijn. Ik hoop daar ergens mijn plekje te vinden en met open mond mij te verwonderen en te verheugen. En ik hoop er anderen tegen te komen. Want dat denk ik als ik op een begraafplaats sta: ik hoop eens samen met hen te zingen.”

Mirjam Bikker (41) is sinds 2021 Tweede Kamerlid namens de ChristenUnie. Afgelopen januari werd ze fractievoorzitter. Tussen 2015 en 2021 was ze voor die partij lid van de Eerste Kamer, onder meer als fractievoorzitter. Ze is getrouwd met Wouter. Samen hebben ze drie kinderen.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Lees elke week 2 artikelen uit de Nieuwe Koers gratis

Vul zowel uw e-mailadres, voornaam als achternaam in.

Uw e-mailadres is niet correct.

Bij het aanmelden gaat u akkoord met onze privacyverklaring en de algemene voorwaarden.

Meest gelezen op denieuwekoers.nl

Meer artikelen in dossier Goede gesprekken

15 Natascha van Weezel
Goede gesprekken

'Ik word niet meer als Natascha gezien, maar als die Jood'

01 januari 2024
Schrijver en journalist Natascha van Weezel (1986) probeert in het debat over de oorlog in Gaza te pleiten voor vrede en nuance. Maar ze wordt bedreigd, voor kankerzionist uitgemaakt en vrienden van weleer willen haar nu even niet zien. "Zo erg als het nu is, heb ik het nog nooit meegemaakt."
Felix de Fijter
DNR_0031-2
Goede gesprekken

'God zegent ook krimpende kerken. Maar het is soms wel moeilijk om dat te geloven'

01 januari 2024
"Als God niet komt," zegt dominee Hilde Graafland, "als Hij het niet doet, dan gaat het hier ten onder. Wij kunnen de kerk niet hooghouden. God moet het doen. En ik denk ook dat Hij dat kan."
Felix de Fijter
Niemand-zit-te-wachten-op-een-supergenuanceerd-verhaal
Goede gesprekken Mozes

'Niemand zit te wachten op een supergenuanceerd verhaal'

01 januari 2024
Marcel Levi is misschien wel de bekendste dokter van Nederland. Tijdens de coronapandemie zwaaide hij de scepter over ziekenhuizen in Londen. En wie weet wordt hij ooit nog eens volksgezondheidminister. 'Ik zou dat niet ervaren als promotie, meer als corvee.'
Sjoerd Wielenga